Het verhaal achter Oor, Countdown Café en Baars Classic Rock

We schrijven medio jaren 70. Ik studeerde Nederlands, maar bepaald niet met een concreet doel in mijn achterhoofd. Meer bij gebrek aan een beter idee. Bovendien stak ik meer tijd in mijn hobby muziek, want dat vond ik pas écht leuk. Ik wilde dan ook best wel iets in de muziek gaan doen, maar ja, wat? En hoe? Hoewel ik geenszins de indruk wil wekken dat alles in mijn carrière mij op verschillende presenteerblaadjes is aangereikt, moet ik dit verhaal toch beginnen met vast te stellen dat mijn entree in de wereld van de popmuziek een inkoppertje van de eerste categorie was.

Via vrienden kwam ik in contact met student Bert van de Kamp, ook een groot muziekliefhebber, die in de huiselijke kring als hobby wel eens recensies schreef over elpees die hij goed vond. Op een goede dag viel het oog van zijn vriendin op een advertentie in Muziekkrant Oor, waarin ambitieuze scribenten werden opgeroepen een proefrecensie van een popelpee in te sturen. Hoofdprijs van deze ludieke wedstrijd was een baan als redacteur. Zonder te aarzelen pakte ze de naar haar inzicht meest geslaagde recensie van Berts bureau en stuurde die zonder medeweten van de auteur op. Groot was de verrassing (& verwarring) in huize Van de Kamp toen er enige tijd later een brief in de bus viel, waarin stond dat het besluit van Bert om zijn recensie in te sturen, wel heel erg verstandig was geweest, want hij had gewonnen!

Kees Baars

Kees, foto door Anton Corbijn

En zo werd Bert van de ene op de andere dag popjournalist. En men had zich bepaald niet vergist, want Bert beschikt over een goed oor voor muziek en heeft een vlotte hand van schrijven; al snel was zijn hobby getransformeerd tot een succesvolle carrière. Tot op de dag van vandaag trouwens.
Klein minpuntje in deze successtory was het feit dat men bij Oor had besloten dat Bert naast zijn ‘gewone’ werkzaamheden ook het fenomeen hardrock voor zijn rekening moest nemen. Bert deed dat op zich best kundig, maar uit de vele muziekgesprekken die wij in die tijd hadden, bleek dat zijn hart toch eigenlijk bij andere muziekgenres lag. Omdat ik in die tijd als fanatieke hardrocker bekend stond, vroeg Bert mij op een goede dag, wat zeg ik, een bijzonder goede dag, of ik niet eens een hardrockrecensie wilde schrijven. Hij zou die dan inleveren bij de hoofdredacteur en als die dan tevreden was, kon ik het genre misschien wel van hem overnemen. Dat was bepaald niet tegen dovemansoren gezegd (de periode dat ik minimaal 2 keer per week i.p.v. 2 keer per maand naar hardrockconcerten zou gaan, moest nog aanvangen) en aldus vertrok ik die bewuste dag met een elpee van de duistere groep Straydog. Om een lang verhaal wat korter te maken: de recensie werd door hoofdredacteur Jan-Maarten de Winter goed bevonden (geplaatst in Muziekkrant Oor van 26 maart 1975) en in de loop van dat jaar nam ik het genre langzaam maar zeker van Bert over.

Volgens een ongeschreven hiërarchie begint een popjournalist met elpeerecensies, na een tijdje volgen dan de concertverslagen en bij goed gedrag mag je daarna de overstap maken naar Het Interview. Om eens te zien hoe zo’n interview nou precies in zijn werk ging, ben ik in die tijd een paar keer aan de hand van Bert meegegaan op reportage. En zo zaten de meester en ik samen tegenover o.a. Grand Funk Railroad (Edenhal, april ‘75), Uriah Heep (Ahoy, mei ‘75) en Blue Oyster Cult (Paradiso, november ‘75), waarna ik genoeg gezien en gehoord had om het zelf te gaan doen. Onder het motto De Eerste Klap Is Een Daalder Waard besloot ik –geheel op eigen initiatief- om samen met fotograaf Anton Corbijn met de auto (nou ja, auto, een Fiat 500) naar Londen af te reizen om Queen live aan het werk te zien. De groep stond op het punt om door te breken met het album A Night At The Opera en de single Bohemian Rhapsody en onze timing was dus perfect. Toen het dankzij ons fanatieke beginnerenthousiasme ook nog lukte om de leden van Queen een paar keer uitgebreid te interviewen, konden we spreken van een meer dan geslaagde missie. In het dubbeldikke Kerstnummer van Oor prijkte over 2 pagina’s Het Grote Queen Interview en het mag duidelijk zijn dat Kerstmis 1975 voor (Anton en) mij niet meer stuk kon.

En zo werd ik dus popjournalist, zeker in die tijd de mooiste baan ter wereld. Er werden in de muziek miljoenen verdiend en popjournalisten werden voortdurend zwaar in de watten gelegd. Je vloog de hele wereld over, sliep in de duurste hotels en vaak stond er dag en nacht nog een limo met chauffeur voor je klaar ook. Je kwam op de meest wilde en extravagante feestjes en je ontmoette de groten der aarde. Ik kreeg het er zelfs zó druk mee, dat ik mijn studie heb opgegeven, een beslissing waar ik nog nooit een seconde spijt van heb gehad.

Als popjournalist ontmoet je heel veel mensen. Zo had ik ook Mister Radio Veronica Lex Harding wel eens de hand geschud. Toen hij in het najaar van 1978 hoorde ik dat ik naar New York zou gaan om het fenomeen Meatloaf te interviewen, belde hij me met de vraag of ik ook een interview met de dikke superster wilde opnemen voor het pas gestarte tv-programma Countdown. Volgens Lex was dat een fluitje van een cent; gewoon de camera op een leuke achtergrond richten, Meatloaf en ik er voor en dan gewoon een paar leuke vragen stellen. Zoals hij het zei leek het inderdaad niet al te ingewikkeld. Dus op naar New York, twee interviews gedaan en weer naar huis. Lex vond het tv-interview prima en zond het meteen uit. Na de uitzending belde hij me met de vraag of ik redacteur/verslaggever voor Countdown wilde worden. Dat was wederom niet tegen dovemansoren gezegd en zo kwam ik dus –naast mijn werk voor Oor- bij de tv terecht. Omdat ik voor Countdown wekelijks een concertagenda samenstelde, kwam Lex op het idee om mij die agenda elke vrijdagmiddag om half 6 voor te laten lezen in het meest populaire programma op de Nederlandse radio, de Top 40. En zo kwam ik dus bij de radio terecht.

Kees en Geddy Lee (Rush)

Kees en Geddy Lee (Rush)

Een paar jaar later, zo rond 1982, besloot Lex om van Countdown een ander programma te maken. Om de concurrentie met het toen nog bestaande Toppop het hoofd te kunnen bieden, werd Countdown een muziekprogramma, volledig gebaseerd op de Top 40. Dus naast Level 42 en The Police, ook Vader Abraham en De Havenzangers. Daar viel voor mij als redacteur weinig eer aan te behalen, en dus besloten we om het “oude” Countdown naar de radio te verhuizen. In april 1982 was de eerste uitzending van Countdown Café, elke vrijdagavond van 10 tot 12 live vanuit het etablissement Anna’s Hoeve in Hilversum. Het werd gepresenteerd door Lex Harding zelf, Annet van Trigt en ondergetekende. Elke week traden er 2 bands op, er waren interviews, een concertagenda en zo nu en dan een popkwis. Binnen no-time was Countdown Café een groot succes. Ook werd het de vaste hangout van iedereen die in Hilversum iets met muziek te maken had. Er kwamen die eerste jaren diverse bekende buitenlandse artiesten langs voor een interview of een optreden, zoals U2, Simple Minds, Inxs, Sammy Hagar, Joe Jackson, Frankie Miller en vele andere. Een leuke anekdote over het optreden van U2: omdat we het konsert zowel voor radio als tv opnamen, hadden we het zaaltje ‘t Heem in Hattem afgehuurd. Countdown Cafe werd vanaf lokatie live uitgezonden en de tv-registratie op een latere datum. Omdat U2 in die tijd live 100 keer beter was dan op de plaat, bedachten we dat er van het konsert een single uitgebracht zou moeten worden. De platenmaatschappij vond het een prima idee (uiteraard, zou ik zeggen; als Veronica zoiets bedacht werd het zeker een hit) en ook de band en het management gingen akkoord. En zo kwam een tijdje later I Will Follow, Live In Countdown Cafe uit, productie Adje Bouman. Het werd de allereerste hit, waar dan ook ter wereld, voor U2. Niet zo gek dat Nederland sindsdien een speciaal plekje heeft in de harten van de 4 sympathieke Ieren. Kortom, ik vond Countdown Café het leukste radioprogramma ter wereld.

Kees en Alfred Lagarde

Kees en Alfred Lagarde

Door mijn werkzaamheden voor OOR, Countdown en Countdown Café was ik in contact gekomen met Adje van den Berg, gitarist en componist van de behoorlijk succesvolle groep Teaser. Op een goede dag lag er in mijn postvak een envelop met daarin een demotape met nieuwe Teaser-nummers plus het verzoek van Adje of ik daar eens kritisch naar wilde luisteren. Ik stopte het bandje in de cassetterecorder (oudere lezers kennen deze stoommachine nog wel) en viel gelijk achterover; ik hoorde drie waanzinnig goede hardrocksongs, plus de latere rockballad-klassieker Burning Heart, met vuur en enthousiasme gespeeld door een stel fantastische muzikanten. Ik belde Adje meteen op en vertelde hem dat hij Goud in handen had. Ik was er heilig van overtuigd dat dit project internationaal aangepakt moest worden en ik dacht meteen aan Phil Carson, hoge piet bij Atlantic Records in Londen, die ik had leren kennen door zijn bemoeienissen met o.a. Led Zeppelin, Yes, AC/DC en ga zo maar door. En laat ik nou toevallig in die tijd een overzeese relatie met zijn secretaresse hebben!! Kortom, binnen de kortste keren lag die tape bij Phil, die zo mogelijk nog heftiger uit zijn dak ging dan ik. Hij wilde meteen naar Nederland komen om Teaser live aan het werk te zien. Dat was makkelijker gezegd dan gedaan, want de nieuwe Teaser met zanger Bert Heerink, bassist Dick Kemper en drummer Jos Zoomer was nog maar net bij elkaar en had nog nooit op een bühne gestaan! Snel werd een mini-showcase in elkaar gezet en Phil Carson kwam, zag en gaf zich gewonnen. Hij ging met de tape naar het hoofdkantoor van Atlantic Records in New York en kwam triomfantelijk met een internationaal plaatcontract terug naar Nederland.

Inmiddels was het mij duidelijk geworden dat er met Teaser –inmiddels omgedoopt tot Vandenberg- hele leuke dingen stonden te gebeuren. Ik nam overal ontslag en werd manager. En voor we het wisten zaten we in Engeland in de studio van Led Zeppelin-gitarist Jimmy Page om het eerste album op te nemen. Mijn Veronica-collega’s waren natuurlijk heel enthousiast over mijn move, maar in het presentatieteam van Countdown Café was een stoel leeg. Diskjockey Alfred Lagarde was een tijdje daarvoor weggegaan bij de VARA, waar hij grote populariteit had opgebouwd met zijn legendarische Betonuur. En aldus nam Alfred mijn plaats in naast Annette van Trigt. Met Vandenberg ging het allemaal fantastisch. Kort nadat het eerste album was verschenen werd Burning Heart een grote hit en gingen we op tournee door Engeland met The Michael Schenker Group, daarna maandenlang naar Amerika met o.a. Ozzy Osbourne, Rush en Blue Oyster Cult, om vervolgens door honderden fans als een soort nieuwe Beatles te worden onthaald in Japan. Onze jongensdromen kwamen uit! Over mijn avonturen met Vandenberg zou ik een boek kunnen volschrijven, maar feit is dat ik een jaar of wat later, toen Het Grote Avontuur voorbij was en Adrian bij Whitesnake ging spelen, terugkeerde bij Veronica, omdat Annette van Trigt naar de VARA ging (sic!) en er naast Alfred Lagarde een vertrouwde stoel leeg was.

Alfred en ik konden het uitstekend met elkaar vinden en binnen afzienbare tijd groeide Countdown Café uit tot een van de populairste programma’s op de Nederlandse radio.

Toen Veronica in 1995 commercieel ging, besloot men het uiterst populaire Radio Veronica op te doeken ten gunste van tv-inkomsten. Over hoe ontzettend stom dat was en de gigantische problemen die daardoor ontstonden, kun je bijvoorbeeld lezen in het ontluisterende boek van Arjan Snijders “Herinnert U Zich Deze Nog?”. Feit was dat ik geen radio meer deed en me concentreerde op het maken van tv-programma’s over auto’s en motorfietsen, zoals Stapel Op Auto’s, Zo Goed Als Nieuw, Motor TV, De Gouden Koets, De Heilige Koe, Cars & Bikes en de laatste jaren Autowereld, Transportwereld en Gek Op Wielen.
Toch kwam de radio weer in mijn leven.
In 2002 werd ik gevraagd om voor Arrow Classic Rock wekelijks een programma te presenteren over symfonische en progrock. Dat heb ik jarenlang met veel plezier gedaan, totdat Arrow in het voorjaar van 2009 failliet ging. Sindsdien presenteer ik samen met Fred Siebelink elke maandagavond een Countdown Café-achtig liveprogramma voor KX Radio, het hobbystation van Rob Stenders.

En nu is er dus Baars Classic Rock, een droom die uitkomt. 24 uur per dag, 7 dagen per week, 365 dagen per jaar de allerbeste classic rock en hardrock van de afgelopen 40 jaar. Plus de nodige uitstapjes naar symfo, prog, rockballads, bluesrock en Nu Metal. Oftewel: “Baars Classic Rock, het radiostation met de meeste gitaarsolo’s ter wereld.”

Ik weet zeker dat er heel veel mensen zijn die net zo veel van deze muziek houden als ik. Mijn helaas veel te jong overleden collega en vriend Alfred Lagarde kon het zo mooi zeggen: “Rock ’n Roll Is Better Than Music.”

En zo is ’t maar net!